De eerste breuk: die tussen de straat en het Parlement
Na drie jaar Leterme waarin hij vijf maal zijn ontslag aanbood, trekt het land opnieuw naar de stembus. De afkeer bij de bevolking neemt toe. De partijen die nu het Parlement bevolken, geven allemaal elkaar de schuld voor die verlamming.
David PestieauVoor de Franstaligen zijn het de Vlaamse partijen. En vice versa. In Wallonie en Brussel geeft de PS de schuld aan het FDF en de MR. Voor de MR is het de schuld van het cdH. In Vlaanderen schiet Open Vld met scherp op CD&V, dat terugschiet. De N-VA, het Vlaams Belang en LDD spelen een spelletje ‘zo Vlaams mogelijk zijn’. De verkiezingscampagne is amper begonnen en we beleven al, maar dan nog een graad erger, een remake van de voorbije drie jaren.
In om het even welke straat van het land, van Oostende tot Aarlen, hoor je hetzelfde: afkeer van de politieke klasse die een regering doet vallen over BHV, terwijl er dit jaar 65.000 banen verloren zullen gaan.
De afkeer van een regering die drie jaar verlamd was, behalve als het erom ging op twee weekends tijd 25 miljard euro op te hoesten om de banken van het failliet te redden en daarmee de staatsschuld voor een hele generatie uit te diepen.
De huidige crisis toont vooral aan dat als er al een breuk is, het vooral de breuk is tussen de man van de straat en de Wetstraat. Want wie is gediend met deze crisis? De kassiersters en andere werknemers van Carrefour waren vorige vrijdag in algemene staking. Hun baas wil hun inkomen met 15 tot 20 % doen dalen en duizenden mensen op straat zetten. Hoeveel minuten sprak men over dat onderwerp in het Parlement? Enkele seconden, enkele minuten.
Laatst in januari, tijdens het AB InBevconflict, toen de banen van 300 werknemers bedreigd waren door een multinational die onder zijn winsten bezwijkt, was er één enkele parlementair die een bescheiden vraagje daarover stelde aan de minister.
Wie nog steeds denkt dat werkgelegenheid een prioriteit is voor de traditionele partijen, moet de volledige dagen en volledige maanden die het Parlement aan BHV besteedde maar eens naast de schamele minuten leggen die het aan werkgelegenheid besteedde.
Want als het over al die afdankingen gaat, kent de Wetstraat geen haast. Er heerst daar op zijn minst onmacht, en dikwijls inschikkelijkheid jegens de multinationals. Voor BHV daarentegen belanden we bijna in een regimecrisis, laat men een regering vallen, organiseert men verkiezingen die 10 miljoen aan organisatie en nog eens 30 miljoen euro aan de belastingbetaler zullen kosten.
Het is onaanvaardbaar dat onze ministers en parlementsleden bereid zijn ons land in een diepe politieke crisis te storten voor problemen die alleen henzelf interesseren. En het ergste is dat verkiezingen niets zullen oplossen…
Te veel ministers: één regering voor heel België moet volstaan
De bron van die voortdurende crisissen ligt bij het Belgische systeem zelf. Die communautaire spanningen zijn immers hoofdzakelijk bij de politici zelf aanwezig, niet bij de bevolking. Het is op de eerste plaats een gevolg van een politiek systeem dat tot het oneindige opdeelt. In andere federale landen (zoals Duitsland of Zwitserland) streeft men ernaar de belangrijkste bevoegdheden te verenigen.
Maar wij hebben 55 ministers en staatssecretarissen en 6 regeringen, 534 volksvertegenwoordigers en senatoren. Met een wirwar van overlappende bevoegdheden. In volle crisis zou het veel efficiënter zijn een enkele regering te hebben voor heel België. Londen met zijn 10 miljoen inwoners wordt door één gemeentebestuur geleid.
Het is het communautaire keurslijf waarin alle traditionele partijen opgesloten zitten dat moet veranderen. In België hoeft een Nederlandstalige partij geen rekening te houden met Franstalige kiezers en omgekeerd. Een Nederlandstalige politicus kan ongestraft de Franstaligen beledigen en omgekeerd en hopen daarmee electorale winst te boeken. Het behoren tot een gemeenschap is belangrijker geworden dan de ideologie, het Franstalige front staat pal tegenover het Nederlandstalige.
Sinds de jaren 70 hebben de partijen zich hier op taalbasis opgesplitst. Dat is niet zo in Zwitserland, een ander meertalig Europees land, of in Duitsland, ook een federale staat. Daar moet elke politicus zich waarmaken bij alle kiezers van het land.



