| Thema: België, België, Partijen, Dossier communautaire crisis, Brussel
De logica van N-VA
Een gerechtvaardigde cheque voor Brussel van 0,25 miljard euro = niet OK
Dag na dag bleef De Wever herhalen dat hij Brussel geen blanco cheque wilde geven. Ook nog toen men hem uitlegde waarom die uitgaven verantwoord waren.
Zo verklaarde Bart De Wever vorige vrijdag: “250 miljoen structureel per jaar aan Brussel dat is een blanco cheque. Er wordt nu wel uitgelegd wie het moet betalen, hoe het moet betaald worden en hoe het moet besteed worden. Dat is dan misschien geen blanco cheque, het blijft een cheque. Dat is nooit het verschil geweest.” Zij die tot nu dachten dat er een verschil was tussen een gedekte of ongedekte cheque kunnen nu dus best te rade gaan bij bankier Bart, hij zal hen zijn oplossing voorleggen: “Ik vind dat ze in Brussel beter zouden bezuinigen in plaats van geld bij te vragen.” Dat de bevolking van de hoofdstad binnen tien jaar met 20% zal aangroeien zal De Wever een zorg zijn. En ook dat het openbaar vervoer waarvan een groot deel van de 360.000 pendelaars dagelijks gebruikmaken onderhouden en verder ontwikkeld moet worden. Zijn ordewoord blijft: “Bezuinigen”. Ook al is het Brusselse Gewest het gewest waar de inkomsten uit regionale belastingen het grootst is (45% tegenover 20% in Vlaanderen) en ze het kleinst zijn uit de federale dotaties. Daarmee is het Brussels Gewest het “minst dure” voor de federale staat.
Blanco cheque van 4 miljard voor de patroons = OK
Er is een domein waarop de N-VA de soepelheid zelve is, namelijk als het over fiscale cadeaus aan de bedrijven gaat. Zo pleit ze voor een daling van de belasting op winst.
In 2003 eiste die partij een daling van de daadwerkelijke belastingvoet tot 30%. Twee jaar later wilde ze al naar 26,8% of lager. Ook een “versmalling van de belastbare grondslag” staat op het programma: bedrijven mogen eerst nog wat van hun winsten aftrekken waarna ze pas belast zouden worden. “De ‘notionele aftrek’ is een stap in de goede richting waarop de N-VA al lang had aangedrongen.” Ondertussen kosten die notionele intresten jaarlijks 4 miljard euro, of 16 keer meer dan de Brusselse cheque.



