| Thema: Frankrijk, Geschiedenis, Kennis en Cultuur, Cultuur, Slider
Docu ‘Tous au Larzac :: José Bové blikt terug op strijd tegen militaire basis
José Bové is ‘de’ man van het andersglobalisme in Frankrijk. Maar niet alleen dat. Hij heeft ook meegevochten tegen de uitbreiding van een militaire basis in Larzac, die begon in 1971 en was rampzalig voor de lokale boeren. 40 jaar later vertelt hij ons erover naar aanleiding van een documentaire die zopas over deze strijd uitkwam.
Jonathan LefèvreTien jaar duurde de strijd van de boeren van Larzac. Milieuactivisten, pacifisten en linkse partijen sloten er zich bij aan. Tien jaar van verzet tegen de overheid die een militaire basis wilde uitbreiden ten nadele van de plaatselijke bevolking. De strijd werd gewonnen en José Bové werd op slag een bekende figuur in Frankrijk.
Tegenwoordig zetelt Bové voor de groenen in het Europese Parlement. Ondanks zijn overvolle agenda nam toch uitgebreid de tijd om op onze vragen te antwoorden. Op zijn bureau ligt zijn pijp, uitgedoofd.
Hoe is het idee voor een documentaire over de strijd tegen de militaire basis in Larzac ontstaan?
José Bové. Christian Rouaud, die de documentaire maakte, nam zelf als activist deel aan die woelige jaren 70. Die periode zei hem dus wel iets. Het is zijn derde film. Zijn eerste film ging over de jaren 70, over de sociale beweging die ontstond na mei ‘68. Die maakte hij een goede tien jaar geleden, met als hoofdpersonage de boerenleider Bernard Lambert. De man kwam uit de katholieke beweging en werd in ‘58 volksvertegenwoordiger voor de MRP (christendemocratische partij die vandaag niet meer bestaat, n.v.d.r.). Hij was de eerste die in het Franse parlement opkwam voor de onafhankelijkheid van Algerije.
Zijn tweede film ging over de strijd van de arbeiders van de LIP-fabriek. Daarmee werd hij ruim bekend binnen de sociale bewegingen. Toen die film uitkwam, schreven wij daarover een lovende kritiek in de Journal du Larzac, maar we zegden hem ook “jammer dat de Larzac niet aan bod komt”, want in 1973 was er al een eerste grote bijeenkomst in Larzac op initiatief van Bernard Lambert. De eenheid van arbeiders en boeren was precies het symbool van deze bijeenkomst, waar honderden arbeiders van LIP aanwezig waren. De slogan was: “LIP-Larzac, een strijd, arbeiders-boeren, eenzelfde strijd.” We zeiden dus tegen hem: “We hopen dat je volgende film over de strijd van Larzac gaat.” En dat heeft hij dus gedaan. Hij heeft er iets meer dan drie jaar aan gewerkt op basis van interviews en heel wat archiefbeelden. De geschiedenis wordt verteld door de nog levende acteurs van toen. Het is een echte film, hij duurt twee uur, maar die tijd vliegt om zonder dat je er erg in hebt.
Om terug te komen op die strijd van Larzac, wat kunnen we daar vandaag, 40 jaar later uit leren?
José Bové. Hoe doodgewone mensen in staat zijn tot buitengewone dingen. In het begin zijn het zeker geen activisten die zich inzetten tegen militarisering of die georganiseerd zijn in een politieke partij. Integendeel, het zijn gewone mensen, eerder rechtsgezind en conservatief ingesteld, die elke zondag naar de mis gaan. Verschillenden geven dat ook aan in de film: in mei ‘68 stonden ze eerder aan de kant van de ordestrijdkrachten dan aan de kant van de studenten. En van de ene dag op de andere krijgen die mensen een klap op hun kop. Men zegt hun: “We gaan jullie uit jullie huizen jagen, we hebben jullie gronden nodig om plaats te maken voor onze tanks.” En dan zie je dat die mensen, spontaan, “neen!” zeggen. Wat we eruit leren, is hoe een gemeenschap leert zich te verenigen, met één stem te spreken – ze zweren dat ze nooit ofte nimmer hun gronden zullen verkopen – samen te strijden en beslissingen te nemen om de controle te behouden over hun aangegane belofte. Het gaat over eenheid, over hoe je steun van buitenaf opbouwt, met mensen die uit een compleet ander milieu komen. Je ziet dus de vermenging van al die mensen die in het begin absoluut niet politiek geëngageerd zijn in die protestbeweging, maar die elkaar in feite vinden, in hoofdzaak gesteund door de mensen die zich tijdens of na ‘68 engageerden: syndicalisten, linkse partijen, enzovoort.
In het begin van de film zie je zelfs een politicus die stelt dat het gaat over “mensen die schapen kweken en nog leven zoals in de Middeleeuwen”
De ultieme boodschap van de film is dat deze volksstrijd uiteindelijk uitliep op een echte kwestie van nationaal belang, want bij de presidentsverkiezingen van 1981 zegt één kandidaat, Giscard d’Estaing: “Ik ga door met de uitbreidingsplannen” en de andere kandidaat, François Mitterrand: “Als ik wordt verkozen dan stop ik de plannen.” Dus je ziet ook die verbinding tussen een volksstrijd en de politieke uitloper daarvan. Zonder die uitloper kon de volksstrijd het niet halen, maar tegelijk kun je de vraag stellen of die politieke uitloper er zou gekomen zijn zonder dat gevecht van het volk.
De bestuurlijke rechtspraak had eerst het leger in het gelijk gesteld voor de uitbreiding van de basis, maar ondanks dat zijn jullie er toch in geslaagd om het verzet aan te houden tot de overwinning. Is dat ook een les voor andere strijdbewegingen?
José Bové. Een sociale strijd is nooit op voorhand verloren. De enige verloren strijd is de strijd die je nooit begonnen bent. Dat staat als een paal boven water. Maar om te kunnen standhouden, moet je wel een aantal troeven in handen hebben in de strijd. Eenheid is natuurlijk van cruciaal belang. En we moesten de actie op het terrein niet alleen een zeer volks karakter geven, maar ook juridisch vormgeven. Gebruikmaken van alle mogelijke rechtsmiddelen die ons ter beschikking stonden om het hele proces stokken in de wielen te steken. En wij hebben dat proces, dat gemakkelijk in twee of drie jaar afgewerkt had kunnen zijn, tien jaar kunnen laten aanhouden. Dat betekent dat we de steun kregen van juristen, advocaten, maar ook van magistraten die ons terloops allerlei raad gaven. We hebben ook een hele juridische guerrilla opgebouwd. En dat is interessant, want als mensen een strijd starten, denken ze dat het recht er in feite alleen maar is om hen in bedwang te houden, terwijl je gevechten ook kunt winnen door het recht en dat het dus ook een strategisch instrument kan zijn. En dat je zelfs dat recht kunt doen evolueren in de strijd. Je doet het recht evolueren door de wetten te veranderen. De wetten zijn niet onaantastbaar, ze kunnen ook veranderen.
In de film zegt een militant dat “er van overal mensen kwamen die ons steunden”.
Een sociale strijd is nooit op voorhand verloren, de enige verloren strijd is de strijd die je nooit begonnen bent. Dat staat als een paal boven water
Hoe verklaart u die opwelling van solidariteit voor een strijd die op het eerste gezicht toch eerder heel lokaal lijkt?
José Bové. Overal in Frankrijk waren er steuncomités en ook in de buurlanden, zoals België, en zelfs in de Verenigde Staten. We kunnen dat verklaren door twee zaken die de mensen enorm kwaad maakten. Allereerst dat de boeren via de televisie moesten vernemen dat ze van hun gronden verjaagd werden. Terwijl ze gewoon naar het tv-journaal zitten te kijken, horen die mensen dat ze uit hun huis worden gezet en dat hun leven dus geen cent waard is. In het begin van de film zie je zelfs een politicus die stelt dat het gaat over “mensen die schapen kweken en nog leven zoals in de Middeleeuwen”. Wat een absoluut onwaarschijnlijke uitspraak is en het misprijzen laat zien voor die mensen. Dat misprijzen vanwege de staat heeft iedereen geschokt.
Op de tweede plaats heb je dan de wanverhouding tussen aan de ene kant de landbouw die toelaat om leven te scheppen en aan de andere kant dat militaire kamp met tanks, klaargestoomd om te vertrekken voor koloniale oorlogen, oorlogen ver weg. En dat kamp moest ook dienen voor andere legers, zoals het Engelse en het Duitse leger. Voor de zaak-Larzac uitbrak, hielden de Engelsen zowat overal manoeuvres met hun tanks, buiten de militaire basis zelf, gewoon in de velden. Nadien betaalden ze daar dan schadevergoedingen voor in functie van de breedte van de rupsbanden…
Als de mensen aan een strijd beginnen, denken ze dat het recht er in feite alleen maar is om hen in bedwang te houden, terwijl dat een absoluut strategisch instrument kan zijn en dat je gevechten ook kunt winnen door het recht
Bij die hele beroering, die plaatsvond in d enadagen van mei ‘68 vond je mensen die vochten tegen de staat, tegen rechts, tegen het leger, enzovoort. Om de meest uiteenlopende redenen vonden de mensen in Larzac blijkbaar een katalysator voor hun strijd. En dus kwamen ze hun steun betuigen en richtten spontaan in alle steden collectieven op en dat nam steeds meer uitbreiding. Maar wat wel belangrijk is, dat is het feit dat het altijd de boeren waren die over de acties beslisten. De steuncomités kwamen een keer per maand samen in Larzac en gingen daarna weer uiteen, na soms wel verhitte discussies. Maar de strategische beslissingen bleven steeds in handen van de boeren. Er is uit die tien jaar van confrontaties, gevoerd door mensen die dikwijls lijnrecht tegenover elkaar stonden, zoiets gegroeid als een fabrieksmerk, het label ‘Larzac’.
Kun je een verband leggen tussen de beweging van de indignados en die van Larzac?
José Bové. Het is niet aan ons om goede of slechte punten uit te delen, om die beweging al dan niet het label toe te kennen (lacht). Maar het is waar dat Larzac de kern is geweest van heel wat bewegingen en aan de wieg heeft gestaan van de lancering van de volksbeweging van de andersglobalisten. Bijvoorbeeld met die geschiedenis van de afbraak van de McDonald’s. Dat gebeurde vooral door mensen van Larzac. Het proces van McDonald’s in 2000 was de eerste grote bijeenkomst tegen de globalisering in Frankrijk. Die actie vond plaats op het ogenblik dat de Wereldhandelsorganisatie WTO Europa had veroordeeld voor hormonenrundsvlees. De WTO had aan de Verenigde Staten de toelating gegeven om sancties te nemen tegen Europese producten, zoals de Roquefort. En die Roquefort, dat is het symbool van Larzac. Er was een conflict tussen aan de ene kant het industriële, meest gestandaardiseerde product en aan de andere kant het lokale product. Net op dat moment bouwden ze die McDonald’s in Millau. Voor ons was de bedoeling van die afbraak van de McDonald’s om heel duidelijk de logica aan te tonen van de industrialisering van de landbouw en de industriële normering van de voeding. En aantonen hoe de WTO drie keer per dag op ons bord terechtkwam. Het ging dus om een actie met een pedagogische boodschap. Bovendien voerden we die actie geweldloos, vol humor, met 400 man, met een orkestje erbij. Het geheel was feestelijk. En we hadden de actie van te voren aangekondigd, ook bij de politie.
Ondertussen was er Seattle en zo. In 2003 werd tijdens een grote bijeenkomst de strijd tegen de ggo’s opnieuw gelanceerd. Er waren daar toen meer dan 300.000 mensen. Dus we kunnen wel zeggen dat Larzac zo’n beetje de kiem was van al die nieuwe strijdvormen van wat we kunnen noemen de ‘gewone burgers’, niet uitsluitend van vakbonden of politieke partijen, maar die toelaten dat burgers opnieuw hun eigen geschiedenis in handen nemen. In die zin kunnen we spreken van een zekere continuïteit. Een tijdje geleden ontmoette ik hier in Brussel een Indignada die uit Barcelona kwam en die mij vertelde dat zij er ook bij was op die bijeenkomst van Larzac in 2003. En dat dat voor haar een van de mooiste bijeenkomsten was geweest. Er was daar zó’n ernergie van uitgegaan... De strijd kan heel diverse vormen aannemen over de hele wereld, maar er zijn altijd dingen die elkaar overlappen. Ik denk dat we er ook toe hebben bijgedragen dat het opnieuw de ‘gewone’ mensen zijn die nu het debat voeren.
We hebben de burgerlijke ongehoorzaamheid binnengebracht in de volksstrijd, iets wat, dat denk ik toch, nog niet bestond in Europa. Wat toen wel al aanwezig was in de Verenigde Staten, bijvoorbeeld. Maar de staking, een vorm van niet-deelnemen aan de economische activiteit, is ook een vorm van ongehoorzaamheid.
Tous au Larzac, van Christian Rouaud. Frankrijk, 1u58
Voorstellingen: www.cinebel.be
Meer info op www.grignoux.be of www.leparcdistribution.be




