Button volg ons op Facebook
Button volg ons op twitter
31.08.10 15:33 | Leeftijd: 1 year
| Thema: België, België, Dossier communautaire crisis

Fiscale autonomie. Wat staat er op het spel?

De regeringsonderhandelaars zijn het erover eens dat er na de volgende staatshervorming een grotere fiscale autonomie voor gewesten en gemeenschappen komt. Hoe dat moet gebeuren, blijft nog een open vraag, maar een splitsing zou gevaarlijk zijn.

David Pestieau

Voor partijen als de N-VA, CD&V en sp.a wil fiscale autonomie zeggen dat de personenbelasting gesplitst wordt en dat de vennootschapsbelasting kan worden verlaagd. De Vlaamse werkgeversorganisaties (vertegenwoordigd door Voka en Unizo) willen de regionalisering van de vennootschapsbelasting.

De regeringsonderhandelaars hebben een principeakkoord gesloten over de herziening van de financieringswet (zie kader) en over de splitsing van de belastingen. Maar welke gevolgen zal dat hebben?

1. Fiscale autonomie: verarming van Wallonië…

Het uiteindelijke doel van de voorstanders van de splitsing – ook al beweren ze het tegendeel – is de vernietiging van de solidariteit tussen de gewesten. Dat is een van de pijlers van het federale systeem en zit nu vervat in de huidige financieringswet. De financiering via dotaties gebeurt in functie van de noden en zorgt er dus voor dat de solidariteit op federaal niveau werkt. Mocht morgen het geld van de Vlaamse belastingbetaler in de Vlaamse schatkist gestort worden, dan zou het rijkere Vlaanderen twee keer zoveel belastinginkomsten innen dan mocht dat in Wallonië gebeuren.

Het Vlaamse Gewest zou kunnen beslissen om nog steeds solidair te blijven met de armere gewesten. Maar het zou dan zelf de duur en het bedrag van die solidariteit kunnen bepalen. Het zou echter ook kunnen beslissen om niet langer solidair te zijn. Waarom zou Vlaanderen anders vragende partij zijn voor een splitsing? Daarom houdt de bewering dat het principeakkoord over fiscale autonomie kan uitgevoerd worden zonder dat een van de gewesten verarmt, geen steek.

De separatisten van de N-VA hebben het ook voortdurend over ‘responsabilisering’. Dat wil zeggen dat ze willen dat men rekening zou houden met de prestaties van de gewesten, vooral op economisch vlak, om te bepalen wat ze krijgen. Als Vlaanderen oordeelt dat andere gewesten niet goed genoeg presteert, zou het kunnen eisen dat die gewesten minder krijgen. Ook hier houdt het principe dus in dat een gewest armer kan worden dan een ander.

Met die visie leven we dus niet langer meer in een federaal systeem waarin de staat garant staat voor de solidariteit tussen de mensen en de gewesten van het land. Het zou dus een confederaal systeem worden waarin de deelstaten bepalen wat nog gemeenschappelijk is en welke vorm van solidariteit blijft bestaan. Die solidariteit zou uitsluitend afhangen van de goede wil van de deelstaten.

In de praktijk komt dat neer op een beperking zonder voorgaande van de middelen waarover Wallonië en Brussel zullen kunnen beschikken, vermits er nu 5 miljard aan belastinginkomsten van Vlaanderen naar Wallonië gaan. Dat is de helft van wat de RVA nu op nationaal niveau uitgeeft aan werkloosheidsvergoedingen, brugpensioenen en tijdskrediet. Het opheffen van die solidariteit zal in Wallonië tot drastische sociale afbraak leiden.

2. ...maar het zijn niet de werknemers uit het noorden van het land die daarvan profiteren

Dat extra geld voor Vlaanderen zal echter niet gaan naar de werknemers, of de gepensioneerden, of de zieken. De Vlaamse separatistische patroons weten nu al wat ze met die vrijgekomen miljarden zullen doen eens de belastingen gesplitst zijn. “De vennootschapsbelasting is veel te hoog. We moeten nu 34% betalen, terwijl in onze buurlanden de aanslag voet tegen de 25% bedraagt. Ik ben niet van plan lijdzaam toe te zien hoe de wereld ons voorbijsteekt”, zegt Urbain Vandeurzen, de voorzitter van Voka. “Wat ik met het geld van de splitsing zou doen? De patronale lasten met 44% verminderen”, zo stelt Herman De Bode, van de separatistische groep Warande.

Dat bedrag komt overeen met ongeveer 4% van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is ook het bedrag dat nodig zou zijn om de kosten van de vergrijzing te kunnen dekken. Geen geluk dus voor de Vlaamse gepensioneerden. Van een splitsing worden ze helemaal niet beter.

En de patroons kunnen rekenen op de N-VA. In 2003 eiste de partij een vermindering tot 30% van de grondslag van de reële belasting. Twee jaar later eist de N-VA een daling tot 26,8% en zelfs nog lager. Haar programma voorziet ook een “vermindering van de belastbare basis”: bedrijven zouden een deel van hun winst kunnen aftrekken voor ze belast worden. Voor de N-VA is “de notionele aftrek”  een stap in de goede richting en ze heeft ook sterk aangedrongen op die fiscale gunstmaatregel. We weten dus waar morgen het geld naartoe zal gaan dat vrijkomt door het stopzetten van de solidariteit met Wallonië.

3. fiscale concurrentie = minder openbare diensten en meer delokaliseringen

Als elk gewest zijn eigen belastingen kan bepalen zal dat onvermijdelijk leiden tot een nieuwe vorm van concurrentie: die tussen de gewesten. En dat zal leiden tot nog minder inkomsten voor de sociale budgetten en de openbare diensten.

Op Europees vlak bestaat er nu al fiscale concurrentie op vlak van bedrijfsbelastingen. En dat veroorzaakt een kettingreactie van belastingverminderingen op de winsten. De bedrijven betalen alsmaar minder belastingen op winst. En dat leidt tot banenverlies in het onderwijs, bij de spoorwegen, bij openbare werken. De openbare diensten, waar zeer veel mensen werken, zijn het eerste slachtoffer als een overheid te weinig inkomsten heeft. De Europese vakbeweging wil een einde stellen aan die negatieve spiraal door een Europese minimumbelasting in te voeren, een minimum waaronder de bedrijfsbelasting nergens in Europa mag dalen.

De splitsing van de belastingen zal ook delokalisering in de hand werken. Professor Giuseppe Pagano van de universiteit van Bergen verklaart dat als volgt: “Bedrijven zijn zeer gevoelig voor fiscale concurrentie, vooral in kleine gebieden. Als een bedrijf uit Waals-Brabant vaststelt dat de belastingdruk enkele meters verder in Vlaams-Brabant, lager is, zal het zeer geneigd zijn uit te wijken, ook al is het verschil niet zo groot. In geografisch aangrenzende zones zijn die belastingverschillen essentieel, want al de rest is nagenoeg hetzelfde: dezelfde productiviteit, dezelfde wegeninfrastructuur…”