Met de arbeidsmarkt is het zoals met de tomaten…
Achter de besparingsmaatregelen die tot deze hervorming hebben geleid, schuilt eveneens – en vooral – een poging om de werkende mensen tegen elkaar op te zetten.
Lizz PrintzHoezo? Zijn de hervormingen in de arbeidsmarkt dan niet ingevoerd om – in het kader van de eerste reeks besparingsmaatregelen – te bezuinigen? In de praktijk liggen de gerealiseerde besparingen eerder aan de lage kant. De regering heeft al een begrotingsoverdracht naar het OCMW voorzien. De nieuwe uitsluitingen van de werkloosheidsuitkeringen zullen immers veel mensen dwingen om naar het OCMW te stappen. Men rekent op een besparing van 483 miljoen tegen 2014. Dat is bitter weinig in het licht van de miljarden aan bezuinigen die moeten gerealiseerd worden.
Als deze hervormingen niet tot grote besparingen leiden, waarvoor dienen ze dan wel? Dat kunnen we het best uitleggen aan de hand van tomaten. Hoe ervan op de markt komen, hoe lager de prijs. De regering doet hetzelfde: hoe meer arbeidskrachten er zijn op de arbeidsmarkt, hoe meer de lonen zullen dalen. De regering doet dit door meer werkzoekenden op de markt te brengen, die gedwongen worden om het even welk werk te aanvaarden, wat ook het loon en de arbeidsvoorwaarden mogen zijn. Dit geldt ook voor de 55-plussers met brugpensioen. Het statuut van “brugpensioen” werd herdoopt in “werkloosheid met bedrijfstoelage”.
Eén euro per uur, zegt u dat iets?
Wat men er niet bij zegt bij al deze hervormingen, is dat de uiteindelijke bedoeling is, de beroepsloopbaan steeds flexibeler te maken. Werkzoekenden worden onder druk gezet om eender welk werk te aanvaarden, zo niet worden ze gestraft of krijgen ze geen werkloosheidsuitkering meer. In een debat over deze kwestie verklaarde de adjunct-kabinetschef van Joëlle Milquet (die toen nog minister van Werk was) dat “het zeker niet de bedoeling is om mensen uit te sluiten, integendeel, men wil hen er toe aanzetten om regelmatig werk te aanvaarden voor kortere periodes”.
Je moet niet ver gaan kijken om te zien wat voor gevolgen dit heeft. In Duitsland werden “mini-jobs” ingevoerd. Die worden verloond aan 1 euro per uur, bovenop de werkloosheidsuitkering (die zeer laag ligt: tussen 300 en 400 euro per maand).
Deze logica valt niet zomaar uit de lucht. De regering kondigde in haar akkoord letterlijk aan dat ze ervoor zal zorgen “om de Europese richtlijn betreffende de uitzendarbeid om te zetten”. (…) De regering zal, na overleg met de sociale partners, maatregelen nemen om de regelgeving inzake tijdelijk werk, deeltijds werk en overuren te vereenvoudigen en te moderniseren.
Deze richtlijn moet bijdragen tot “het creëren van arbeidsplaatsen en de ontwikkeling van flexibele arbeid. Deze uitgebalanceerde maatregel sluit perfect aan bij de doelstellingen van de Europese Unie om een hogere tewerkstellingsgraad te bereiken. Zij is een voorbeeld van hoe ‘flexisecurity’ in de praktijk kan worden omgezet”.
Deze richtlijn dateert al van 2008, maar Europa eist dat ze uiterlijk op 5 december 2011 in de praktijk wordt omgezet. Dat is natuurlijk de reden waarom de regering zo gehaast is om de wetten door te drukken.
Werklozen = luieriken?
Veel mensen hebben zo wel hun gedacht over werklozen: het zijn luieriken, steuntrekkers, bedriegers… Als de regering het heeft over “een activeringsbeleid voor werklozen” dan is dat een verbloemde manier om een oubollige visie op werklozen te bevestigen en om antisociale hervormingen op te leggen.
De werkelijkheid ligt duidelijk anders. De cijfers van Eurostat die onlangs in Le Soir gepubliceerd werden, ontkrachten overduidelijk de hervormingen die de regering en de patroons ons willen opleggen. Wij zijn helemaal geen land met een “laks tewerkstellingsbeleid”, zoals het patroonsorganisatie VBO ons wil doen geloven. Integendeel, de cijfers tonen België het laagste aantal “passieve” werklozen heeft (dat zijn de werklozen die theoretisch beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, maar die in werkelijkheid geen werk zoeken). Er zouden er zo 36.000 zijn in België, dus nauwelijks 0,7% van de mensen die de leeftijd hebben om te werken.



