Button volg ons op Facebook
Button volg ons op twitter
10.11.10 23:57 | Leeftijd: 2 yrs
| Thema: Persmededeling, België, België, Armoede/Rijkdom

PVDA dient Janssen Pharmaceutica van antwoord

Eerder deze week onthulde de PVDA dat farmareus Janssen Pharmaceutica volledig aan de vennootschapsbelasting ontsnapt. De gedelegeerd bestuurder van het bedrijf probeerde in een brief de fiscale cadeaus te rechtvaardigen. De PVDA weerlegt de brief punt per punt.

Marco Van Hees

Nadat de krant La Libre Belgique uitgebreid aandacht besteedde aan de onthulling van de PVDA-studiedienst over de fiscale cadeaus die Janssen Pharmaceutica ontving, schreef Tom Heyman, de gedelegeerd bestuurder van het bedrijf, een brief aan alle politieke partijen. Daarin probeert hij te rechtvaardigen hoe het komt dat de farmaceutische groep zo weinig belastingen betaalt. Tegelijkertijd beschuldigt hij de PVDA ervan feiten te vervalsen. Dat kunnen we natuurlijk niet over ons laten gaan. Hieronder antwoorden we punt per punt op de brief.

1. Om te beginnen is het al vreemd dat een dergelijk groot bedrijf überhaupt reageert op een onthulling van de PVDA. Vanuit electoraal oogpunt is de PVDA maar een kleine speler, en toch schrijft de vertegenwoordiger in België van de Amerikaanse multinational Johnson & Johnson (het moederbedrijf van Janssen Pharmaceutica) een brief aan de andere partijen om zijn beklag te doen. Het lijkt er sterk op dat de PVDA een gevoelige snaar heeft geraakt door luidop de vraag te stellen of het in deze budgettair moeilijke tijden wel verantwoord is om dergelijke enorme cadeaus te geven aan bedrijven, terwijl de rekening doorgeschoven wordt naar de bevolking.

2. Tom Heyman schrijft in de eerste alinea van zijn brief: “Zonder uitvoerig in te gaan op alle bedrieglijke aantijgingen, willen we toch reageren door de aangehaalde cijfers in een correct perspectief te plaatsen.” Heyman beweert dat ons dossier vol staat met bedrieglijke aantijgingen, maar hij laat na om te specificeren welke dat dan wel mogen zijn. Misschien omdat hij niet over bijster veel valabele argumenten beschikt?

3. Uit het hele dossier haalt Tom Heyman maar één punt aan dat volgens hem, niet fout, maar bedrieglijk is. “De cijfers van de PVDA zijn bedrieglijk,” schrijft hij, “want ze stellen de eenmalige verkoop van ons coördinatiecentrum in 2007 voor als lopende winst voor belastingen, terwijl het gaat om een eenmalige verkoop die een meerwaarde van 767 miljoen euro heeft opgeleverd, waar volgens de fiscale wetgeving geen belasting op moet worden betaald.”

Je zou denken dat meneer Heyman ons dossier te vlug gelezen heeft, of het misschien wel helemaal niét gelezen heeft, want daarin staat (en deze passage was ook overgenomen in het artikel in La Libre Belgique): “Het jaar 2007 was dankzij de verkoop van de participatie in J.C General Service CVBA en de fusie met Animal Health BVBA, op fiscaal vlak dubbel lucratief. Ten eerste creëerden deze operaties meerwaarden waar geen belasting op moet worden betaald, en ten tweede maakten ze financiële middelen vrij, waardoor Janssen Pharmaceutica de daaropvolgende jaren een flink pak meer notionele interesten kon aftrekken.”

Wij hebben dus niet alleen duidelijk geschreven dat de winst van Janssen Pharmaceutica in 2007 afkomstig was van meerwaarden, we hebben ook gewezen op het dubbele fiscale voordeel van die meerwaarde.

4. Nog steeds over die meerwaarde schrijft Tom Heyman: “Dat ze dat cijfer meetellen in hun totale berekening bewijst dat ze niet goed op de hoogte zijn, want dat heeft niets te maken met de notionele interesten.” Het spijt ons dat we meneer Heyman andermaal moeten tegenspreken, maar er is wel degelijk een verband met de notionele interesten.

Lees even mee, meneer Heyman. Om te berekenen hoeveel notionele interesten een bedrijf mag aftrekken, wordt het bedrag aan eigen middelen van dat bedrijf vermenigvuldigd met een bepaald percentage (in 2007 was dat 3,781%). Maar eerst moeten de financiële vaste activa (de aandelen van de filialen die het moederhuis in zijn bezit heeft) afgetrokken worden van die eigen middelen. Net door die niet-belastbare meerwaarde die in 2007 gecreëerd werd, zijn de financiële vaste activa van Janssen Pharmaceutica gedaald van 3,2 miljard euro naar 0,2 miljard, terwijl de eigen middelen stegen van 3,4 miljard naar 4,1 miljard. De basis voor de notionele-interestaftrek is dus niet meer 3,4 – 3,2 = 0,2 miljard (te vermenigvuldigen met het percentage van dat jaar), maar 4,1 – 0,2 = 3,9 miljard. De basis ligt dus ongeveer twintig keer hoger. En als de situatie ongewijzigd blijft, geldt dit ook de daaropvolgende jaren als basis voor de berekening van de notionele interesten.

5. Tom Heyman geeft aan dat Janssen Pharmaceutica zo weinig belastingen betaalt omdat het bedrijf het de jongste tijd niet gemakkelijk heeft door een dalende omzet en dalende winstcijfers. Het klopt dat het bedrijfsresultaat in 2009 gedaald is. In ons dossier staan de verliescijfers trouwens zwart op wit te lezen. Maar wat zal er gebeuren als het bedrijf straks weer uit het dal is geklommen? Dan zal het niet alleen de eerder gemaakte verliezen kunnen aftrekken, maar ook, en dat gedurende zeven jaar, de notionele interesten die het niet heeft kunnen aftrekken doordat er te weinig, of geen, winst was. In de balans van 2009 staan er trouwens al voor twee miljard fiscale latenties ingeschreven, dat wil zeggen: aftrekposten die de komende jaren te gelde kunnen worden gemaakt.

6. Janssen Pharmaceutica mag dan wel verkondigen dat het in 2009 verlies heeft geboekt, dat geldt niet voor J.C. General Services, het in België gevestigde coördinatiecentrum van de groep. Meneer Heyman erkent trouwens dat dat bedrijf “aanzienlijk voordeel haalt uit de toepassing van de notionele interesten”. Een subtiele manier om te zeggen dat het coördinatiecentrum tegen een tarief van 0% belast wordt.

Daardoor hebben we tewerkstelling kunnen behouden, zegt meneer Heyman. Nou. De afgelopen vijf jaar heeft J.C. General Services in totaal één miljard euro fiscaal kunnen aftrekken en dat voor gemiddeld 72,3 voltijdse equivalenten. Duur jobje.

7. Meneer Heyman slaat zichzelf op de borst dat zijn bedrijf flink investeert in onderzoek en ontwikkeling. We beschikken niet over de exacte cijfers voor België, maar onze studie toont aan dat onderzoekskosten slechts 11,3% van de wereldwijde omzet van de groep Johnson & Johnson bedragen. Verkoop-, marketing- en administratiekosten zijn goed voor 32%. En die 32% is zelfs meer dan de productiekosten (29,8%). Kortom, de investeringen in onderzoek en ontwikkeling die meneer Heyman aanhaalt, situeren zich vooral op het vlak van reclame.

8. Tot slot verklaart meneer Heyman nog over de notionele interesten: “We betreuren het dat de PVDA onze naam gebruikt om de strijd aan te binden tegen deze waardevolle fiscale maatregel.” Op dat vlak kunnen we hem geruststellen: Janssen Pharmaceutica is niet de eerste (cfr. onze onthulling over de 496 euro die het financieel centrum van ArcelorMittal aan belastingen betaalt op een winst van 1,3 miljard), en zal ook niet de laatste multinational zijn waarvan de PVDA de belastingen onder de loep neemt.

In elk geval heeft het debat, waar meneer Heyman zijn bijdrage aan heeft geleverd, ervoor gezorgd dat we ons kunnen afvragen of het wel te verdedigen valt dat bedrijven miljarden toegestopt krijgen in de vorm van fiscale, sociale, of andere steun, net op het moment dat een besparingsplan van 25 miljard euro wordt opgelegd aan de bevolking.

Marco Van Hees, verantwoordelijke voor fiscale kwesties bij de studiedienst van de PVDA en auteur van een dossier gewijd aan Janssen Pharmaceutica.

Lees het dossier van Marco Van Hees (Frans)
Lees het persbericht van de PVDA
Lees het artikel in La Libre Belgique van 6/11 (Frans)
Lees de brief van de gedelegeerd bestuurder van Janssen Pharmaceutica (Frans)
Lees het artikel in La Libre Belgique van 10/11 over de reactie van Janssen Pharmaceutica (Frans)