Regeringsvorming: biedt Di Rupo sociale zekerheid als zoenoffer aan De Wever?
Loopt alles compleet vast of komt er een compromis over een grote staatshervorming: het zomerfeuilleton over de regeringsvorming valt eindeloos in herhaling. En toch tekenen zich grote veranderingen af. Maar die zijn lang niet onvermijdelijk.
David PestieauDe regeringsonderhandelingen met de zeven partijen (groenen, socialisten, CD&V en cdH en N-VA) slepen zich voort. Er komen wel een paar verontrustende evoluties naar buiten. Over de regionalisering van de arbeidsmarkt, de voorbode van de splitsing van de werkloosheidsuitkeringen, en de splitsing van de kinderbijslagen is er al bijna een akkoord. Aan Vlaamse kant was men daar al langer voor, vandaag stemmen ook de Franstaligen ermee in. Anders gezegd, een gedeeltelijke splitsing van de sociale zekerheid staat op het menu.
Op 30 juli zette preformateur Di Rupo een nieuwe stap toen hij verklaarde: “Gezien de kiesresultaten in Vlaanderen, weten we dat het zwaartepunt van België zich zal verplaatsen van het federale naar de gefedereerde entiteiten”.
Di Rupo wil absoluut een akkoord en gaat daarom veel verder dan Leterme durfde te dromen in 2007-2008. Di Rupo aanvaardt dat er een institutionele revolutie komt zoals de Vlaamse minister-president Peeters in 2007 vroeg: de gefedereerde entiteiten – de gewesten en gemeenschappen – krijgen het leeuwendeel van de bevoegdheden en de federale staat blijft met een beperkt aantal bevoegdheden achter. Daarmee gaat de belangrijkste Franstalige politicus van het moment akkoord met het confederalisme (minstens in woorden). Dat is een belangrijke kwalitatieve evolutie.
Vandaag gaat 60 % van de overheidsmiddelen naar de federale begroting en de sociale zekerheid en 40 % naar de gemeenschappen, gewesten en gemeenten. En zeven van de tien euro die federaal worden beheerd, komen uit het budget van de sociale zekerheid. Het zwaartepunt verplaatsen van het federale naar de gewesten en gemeenschappen wil zeggen dat een groot deel van de federale middelen voortaan beheerd worden op regionaal niveau.
De Wever wil op kort termijn minstens een of twee ‘vette vissen’ : de volledige regionalisering van een belangrijk aspect van het federaal systeem (bijvoorbeeld de splitsing van de kinderbijslagen en/of van de belastingen), in de overtuiging dat dit een kwalitatieve doorbraak creëert die leidt tot de ontmanteling van de federale sociale zekerheid en de federale belastingen.
“Uit respect voor het kiesresultaat”?
Di Rupo zegt dat “we het essentiële moeten bewaren: de interpersonele solidariteit en de stabiliteit van ons land” maar dat we ook de evolutie naar het confederalisme moeten aanvaarden, “uit respect voor het kiesresultaat in Vlaanderen”.
Tussen die twee is er een complete tegenstelling: de evolutie naar het confederalisme leidt tot de splitsing van de sociale zekerheid en betekent daarmee het einde van de interpersonele solidariteit.
Moeten we “het kiesresultaat respecteren”, omdat de bevolking in Vlaanderen zich duidelijk zou hebben uitgesproken voor het confederalisme of zelfs voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen? Moeten we deze evolutie niet noodgedwongen ondergaan uit vrees voor erger? Neen.
Primo, hebben de kiezers in het noorden hier wel voor gekozen? Bijna alle grote partijen van het noorden wilden volgens hun kiesprogramma’s evolueren naar een confederalisme. En zij die dat niet wilden, gingen zeker niet tegen de stroom in. In de grote media was er zo goed als geen tegensprekelijk debat over deze kwestie. De kiezer had dus geen duidelijke politieke keuze tussen politieke partijen voor confederalisme en partijen die meer eenheid willen tussen noord en zuid van het land.
Secundo, de motieven van de kiezers, ook van N-VA, werden niet alleen, en vaak zelfs niet hoofdzakelijk bepaald door communautaire kwesties. Volgens een postelectorale studie van het met de KUL verbonden Indigov-instituut (1) waren de thema’s die het meest de keuze van de kiezer beïnvloedden, in rangorde van belangrijkheid:
1. de pensioenen
2. de begroting
3. de staatshervorming
4. werk
5. de migratiepolitiek
De motivering van de N-VA-kiezers was dus heel wat genuanceerder dan een eenduidig mandaat voor een staatshervorming naar een confederalisme dat op lange termijn leidt tot de splitsing van België.
De kiezers hebben het strategisch onafhankelijkheidsproject van N-VA niet goedgekeurd. De voorzitter van het Vlaams parlement, de N-VA ’er Peumans, bevestigde het nog tijdens zijn toespraak op het feest van de Vlaamse Gemeenschap van 11 juli: de strijd voor het nationalisme is nog lang niet gewonnen. “De Vlaamse deelstaat streeft ernaar om dat gebrek aan identiteit op te vullen en onderstut een Vlaamse identiteit die zou moeten leiden tot natievorming. Maar dat besef van gemeenschappelijke belangen is nog niet voldoende doorgedrongen om de gehele bevolking te overtuigen. Het belang van de media voor de identiteitsvorming kan trouwens nauwelijks worden overschat”. (2) Anders gezegd, de N-VA-top beseft dat ze de geesten en de harten van de grote massa van de Vlaamse bevolking nog niet heeft gewonnen en dat de 30% die ze in juni 2010 heeft behaald, verre van definitief gewonnen zijn.
Tertio, de politici mogen in geen geval op hun eentje beslissen hele stukken van de sociale zekerheid te regionaliseren. De werkloosheidsuitkeringen, de ziekteverzekering… zijn veroveringen van de werkende bevolking en de sociale zekerheid is een kathedraal die steen per steen door de werkende bevolking uit noord en zuid van het land is gebouwd. De sociale zekerheid wordt overigens gedeeltelijk ‘medebeheerd’ door de werkende bevolking. De werkloosheidsuitkeringen bijvoorbeeld worden door de vakbonden uitbetaald: een splitsing van het werkgelegenheidsbeleid zou een geïnstitutionaliseerde splitsing van de vakbonden betekenen. Want vergis je niet: de regionalisering van het werkgelegenheidsbeleid is op de eerste plaats een politieke maatregel, bedoeld om de werkende bevolking en de vakbonden te verzwakken. De naar voren gebrachte economische motivering (“rekening houden met de eigenheid van elk gewest”) houdt geen steek, als je weet dat landen als Duitsland of Frankrijk één nationaal werkgelegenheidsbeleid voeren, ook al hebben zij gewesten die sociaaleconomisch sterk van elkaar verschillen. Het hoofddoel van de hele communautariseringspolitiek zit dan ook in het veranderen van de krachtsverhoudingen in het voordeel van het kapitaal, zoals Bart De Wever al zei over zijn plan om het brugpensioen af te schaffen: “In Vlaanderen gaat dat heel moeilijk, in België is het onmogelijk. Zolang Vlaanderen, dat een rechts land is, rekening moet houden met Wallonië, dat een links land is, geraken we met dat dossier niet vooruit.” (3)
Quatro, de N-VA kan haar doel op korte termijn niet realiseren als ze daar geen objectieve bondgenoten voor vindt in het zuiden van het land, die akkoord gaan met dat splitsingsidee. De regionalisten van het zuiden van het land vormen op het moment nog maar een kleine minderheid maar ze kunnen de komende weken aan kracht winnen, vooral al het fatalistische argument “er is niets tegen te doen” meer gewicht krijgt.
De N-VA mikt expliciet op de versterking van die stroming, vooral bij de PS. N-VA-kopstuk Jan Peumans verklaarde: “De jongste weken zijn er verscheidene verklaringen van Waalse zijde om zich niet meer te verzetten tegen een grondige hervorming van de staat. (...) Ik weet wel dat sommige verklaringen nog geen echte meerderheidsstandpunten zijn en dat ze soms vlug gecorrigeerd worden, maar toch. (...) Ook de huidige Waalse minister-president Rudy Demotte vraagt meer bevoegdheden. De voorzitter van de Luikse afdeling van FGTB-Métal, de socialistische metaalbond, ziet vandaag een historische kans om eigenlijk alles te regionaliseren, behalve de sociale zekerheid. De socialistische senator en arts Philippe Mahoux pleitte eveneens voor coherente bevoegdheden voor de deelstaten, onder meer op het vlak van de werkgelegenheid en de gezondheidszorg. Het is toch verrassend hoe dicht ze daarmee staan bij de Vlaamse standpunten.”
Het is nog niet te laat… wel hoog tijd
Het klinkt allemaal weinig hoopvol voor al wie vasthoudt aan de eenheid van de sociale zekerheid, zowel in het noorden als in het zuiden van het land. De weg die de onderhandelaars nu inslaan kan alleen maar doodlopen. In het beste geval komen er schijncompromissen en later nieuwe en nog diepere crisissen. In het slechtste geval volgt er een zware politieke crisis.
Met een doorgedreven splitsing van de bevoegdheden wil de N-VA uitdrukkelijk een rechtser beleid voeren en tegemoetkomen aan de vragen van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. Ze brengt niets goeds voor de werkende mensen van het noorden van het land: verzwakte vakbonden, opgedreven verlenging van de loopbaan, beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd. Ze verergert de situatie in Wallonië door het verlies van inkomsten van de sociale zekerheid, de loonsverlaging en de afbraak van de sociale rechten als gevolg van een verscherpte concurrentie met Vlaanderen.
Ze leidt tot onontwarbare kluwens in Brussel, waar het plan van N-VA om het Brussels Gewest te laten besturen door een medebeheer van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap tot een eindeloze reeks conflicten zal leiden. Want hoe kun je zonder zware conflicten een stad besturen als de kinderen, de zieken, de gepensioneerden er andere rechten hebben naargelang ze een ‘Vlaams’ dan wel een ‘Franstalig’ etiket dragenOeWzeze?
Het N-VA-project waar ook CD&V zich achter schaart, is nationalistisch en neoliberaal. Het kan alleen gestopt als de georganiseerde werkende bevolking één blijft. En als links over de taalgrens heen overlegt en zich niet meer laat meeslepen door de logica van een Vlaams front tegen een Franstalig front of vice versa. Het is nog niet te laat, maar wel… hoog tijd.
(1) De Tijd, 19 juin 2010.
(2) Toespraak van Peumans “Identiteit en autonomie”, 11 juli 2010
(3) Kanaal Z, debat met Geert Noels, 26 mei 2010




