Button volg ons op Facebook
Button volg ons op twitter
23.01.12 19:14 | Leeftijd: 116 days
| Thema: België, België, Regering, Armoede/Rijkdom

Strijd tegen de fiscale fraude :: Zoek de 3 fouten!

Staatssecretaris John Crombez (sp.a) kondigt maatregelen aan tegen de fraude. Een stap vooruit! Maar dan wel maar een heel kleintje. Vaag en weinig geloofwaardig bovendien.

Marco Van Hees

Fraudebestrijding wordt een prioriteit, kondigde de regering aan. En ze stelde meteen vier symbolische maatregelen voor: alle bankrekeningen in het buitenland worden gecentraliseerd, cash betalingen van meer dan 5.000 worden verboden (in 2014 wordt dit 3.000 euro), het wordt mogelijk om huiszoekingen te doen zonder dat een vooronderzoek werd geopend en er komen elektronische controlesystemen in de horeca, de schoonmaaksector, de bouw en dienstenchequebedrijven. Op zich geen slechte maatregelen, maar om nu te zeggen dat daarmee de strijd tegen de fraude een prioriteit geworden is...

1. Een speelgoedgeweertje voor mediadoeleinden

Na twaalf jaar “op zijn Reynders”, waarin grote inschikkelijkheid bestond tegenover de fraude, is de situatie zo erg geworden dat er echt bazooka’s nodig zijn om de strijd tegen fraude te voeren. Maar de regering komt af met een speelgoedgeweertje, dat vooral bedoeld is om de media te bespelen. Er is meer nodig.

Om de fraude effectief te bestrijden moet eerst en vooral het aantal belastingcontroleurs verhoogd worden. De regering klopt zich op de borst dat ze 200 nieuwe ambtenaren gaat aanwerven, maar de jongste jaren zijn bij de FOD Financiën duizenden jobs verdwenen. Ten opzichte van 1990 zagen alle diensten van de FOD Financiën die op het terrein actief zijn (belastingen, btw, opsporingsdiensten, douane, kadaster, registratie...), hun personeelsbestand met 50% of meer inkrimpen. Ze zijn niet meer in staat om enige controle die naam waardig uit te voeren.

Het aantal te controleren dossiers per ambtenaar schoot de hoogte in. Heel wat diensten beschikken gewoon niet meer over de nodige middelen om hun mensen het terrein op te sturen, om bijvoorbeeld na te gaan of een nieuw gebouw overeenstemt met het plan, dat werd overgemaakt aan het kadaster. Op het vlak van successierechten kijken de registratiediensten jaarlijks nauwelijks 200 bankrekeningen na. Dat betekent dat bij slechts 0,2% van alle overlijdens gecontroleerd wordt.

Bovendien hebben de controleurs te maken met echte vormen van sabotage van binnenuit. Zelfs de meest onbekwame controleur van heel het departement Financiën kan beter dubieuze dossiers selecteren dan Datamining, het computerprogramma dat alle ambtenaren verplicht moeten gebruiken om dossiers te selecteren.

2. De regering ontziet de fraudeurs

Onder de aangekondigde maatregelen is er ook de centralisering van alle bankrekeningen in het buitenland. De regering had gevraagd dat de Nationale Bank die taak op zich zou nemen (maar die heeft dat ondertussel al geweigerd), zoals die ook al belast is met het gecentraliseerd innen van de supplementaire bijdrage van 4% op de inkomsten boven de 20.000 euro.

Welnu, deze taak toevertrouwen aan de Nationale Bank in plaats van aan de fiscus, komt er zowat op neer dat deze gegevens volledig verborgen blijven voor de fiscus. Deze regering – die beweert van de fraudebestrijding een prioriteit te maken – maakt dus meteen het meest elementaire onmogelijk: dat de diensten van de fiscus beschikken over de gegevens om de fraude aan te pakken.

Dat de belasting op de grote vermogens uit het regeringsontwerp is verdwenen, past in diezelfde logica: een dergelijke belasting veronderstelt immers de oprichting van een vermogenskadaster. Zo’n kadaster zou werkelijk het ultieme wapen zijn in de strijd tegen de fraude, want daarmee zou men niet alleen de vermogensbelasting kunnen controleren, maar ook de belasting op inkomsten en erfenissen.

Ook alle procedures en regels die ambtenaren moeten respecteren vooraleer ze kunnen overgaan tot het opheffen van het bankgeheim, kun je bezwaarlijk maatregelen noemen van een regering die beweert dat ze de strijd tegen fraude ernstig aanpakt. Waarom kan in Frankrijk de belastingsinspectie op dezelfde manier onderzoek voeren naar banken als naar om het even welk ander bedrijf, terwijl in België de banken grotendeels oninneembare vestigingen blijven.

Waarom moet een ambtenaar van de fiscus eerst het vermoeden van fraude kunnen aantonen, vooraleer hij van de banken (na een moeizame procedure nog wel) eventueel elementen kan krijgen, die op hun beurt kunnen wijzen op… een vermoeden van fraude? Dat is net zoiets als een politieagent die eerst de staat van vermoedelijke dronkenschap moeten kunnen bewijzen, vooral hij mag overgaan tot een alcoholtest.

3. Wordt de grote fraude nu geviseerd?

Als we weten dat de 10% rijksten van de bevolking verantwoordelijk zijn voor 57% van de belastingfraude, zou men verwachten dat men vooral de grote fraude zou aanpakken. Al moet elke belastingontduiking bestreden worden, natuurlijk. De successierechten, bijvoorbeeld. Het is algemeen geweten dat die vooral geheven worden op onroerende goederen en dat het vooral de financiële vermogens zijn die ze ontwijken. Die financiële vermogens zitten uiteraard voornamelijk bij de allerrijkste families. Maar op dat gebied wordt helemaal niets gedaan.

Cash betalingen boven de 3.000 euro verbieden of een zwarte doos installeren in de kassa’s van restaurants zijn gerichte maatregelen, maar die viseren vooral de kleine zelfstandigen.

Hierboven hebben we al geschreven dat het opvolgen van buitenlandse rekeningen door de Nationale Bank niet efficiënt kan gebeuren. Zeker als er absoluut niks wordt ondernomen tegen de belastingparadijzen.

Waarom kan het merendeel van de in België aanwezige multinationals zonder de minste moeite financiële transacties afsluiten met hun dochterondernemingen, gevestigd in belastingparadijzen? Waarom veroorlooft de Waalse minister van Economie zich om publiekelijk (in naam van de tewerkstelling) de subsidies te verdedigen, die zijn regering geeft aan ondernemingen, waarvan het moederbedrijf in zo’n belastingparadijs gevestigd is?

Daarnaast zijn er natuurlijk nog de vele mogelijkheden waarbij grote vermogens en grote ondernemingen belastingen kunnen ‘ontwijken’ zonder echt tot fraude over te gaan. Wat sociaal gezien al evenzeer – zo niet meer – schade aanricht. Denken we maar aan fiscale cadeaus als de notionele-intrestaftrek of de vrijstelling voor meerwaarde op aandelen (twee bestaande maatregelen die de regering-Di Rupo maar heel lichtjes aanpast), maar ook aan alle fiscale constructies.

Elke dag zijn er wel een paar gekken die op de proppen komen met nieuwe fiscale constructies die ze hebben bedacht en die aan de rand van de wettelijkheid zweven, maar die wel worden goedgekeurd door de Dienst Voorafgaande Beslissingen, een bijzondere cel bij het ministerie van Financiën, gespecialiseerd in maatwerk voor de elites. Die lachen in hun vuistje als blijkt dat controleurs bij een eventuele inspectie van hun belastingaangifte toch niet het recht hebben om op te treden tegen hun goocheltrucjes eens die Dienst Voorafgaande Beslissingen ervoor het licht op groen gezet heeft.