Button volg ons op Facebook
Button volg ons op twitter

Wat nieuws, dokter Leen?

Traag maar zeker bereiden we in Molenbeek de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 voor.

Leen Vermeulen

Leen Vermeulen, dokter Geneeskunde voor het Volk, Molenbeek

We beslisten dat Dirk De Block, jeugdwerker in de wijk, en ikzelf in duo de lijst zullen trekken. Dit nadat verschillende patiënten enthousiast reageerden bij de vraag of ze mij zouden willen steunen bij de strijd voor een plekje in de gemeenteraad. Een gloednieuwe busfolder pronkt sinds vorige week op mijn bureau. In het midden een foto van Dirk en mezelf met daar rond de nodige tekst en uitleg over de oorzaak en gevolgen van de crisis op gemeentelijk vlak.

Liliane is een bejaarde Brusselse dame die ik wekelijks op consultatie zie. Ze verloor twee maanden geleden haar echtgenoot, amper vijf maanden na de diagnose van een agressieve longkanker. Liliane is een chronisch zieke, doch kranige bejaarde. Ze nam vorige week enthousiast de nieuwe folder mee, want nu haar man overleden is, heeft ze wat meer tijd om af en toe wat te lezen.

Deze week bracht ze me de folder terug, met de ingevulde bon om mee te werken aan de campagne. “Dokter Leen, wat je daar allemaal uitlegt in die folder is waar”, zegt ze. “De gewone mensen moeten heel hun leven betalen en bijdragen. Het houdt nooit op, en we moeten met hoe langer hoe minder content zijn.”

“Mijn man heeft heel z’n leven hard gewerkt. Ik heb hem op z’n 67ste bijna moeten thuis aan tafel vastbinden, of hij werkte nog steeds. Hij heeft jammer genoeg niet lang van z’n oude dag kunnen genieten. De longspecialist denkt dat hij zelfs door z’n werk longkanker gekregen heeft. Want hij heeft nooit van z’n leven gerookt. Vroeger stak dat zo nauw niet, hè. Als een arbeider aan asbest blootgesteld werd, lag niemand daar van wakker! En Jef was een sterke en harde werker. Nooit een dag ziek geweest! Ik heb al drie maanden, sinds z’n overlijden, geen pensioen gekregen. Na z’n overlijden hebben ze dadelijk alle rekeningen geblokkeerd, maar nu geraakt het maar niet geregeld. Vorige week hebben ze me beloofd een kleine, voorlopige ‘overlevingsprovisie’ te storten.”

Ze hapert ineens in haar woorden en pinkt een traan weg. “Dokter Leen, vind jij dat nu serieus? Ik mag nog ‘overleven’, meer is voor hen niet dringend van doen. Gelukkig heb ik m’n dochter die mij financieel kan helpen, of ik kon niet eens de huur van m’n appartementje betalen. En Jef heeft zich doodgewerkt! Ze neemt opnieuw onze busfolder: “Hier, ik heb het ingevuld. Moet ik nog iets anders doen? Ik wil meedoen, want je hebt gelijk: het is aan de bankiers en de miljonairs om de crisis te betalen. Mijn zakken zijn leeg.”

Ik heb Liliane nog nooit zo strijdvaardig gezien. Haar verdriet en ontgoocheling zijn omgeslagen in kwaadheid. Ik stel haar voor om een lidkaart van de PVDA te nemen. Zo is ze niet langer alleen, maar maakt ze deel uit van een grote groep mensen die samen willen hun nek uitsteken voor een betere maatschappij, waar eerst de mensen tellen, en niet de winst. Ze aarzelt geen seconde. Met fiere rechte schouders verlaat ze mijn kabinet. Gewapend met haar lidkaart in de hand en een rood infomapje met de ster van de partij op de voorflap.

Knipoogje,

Leen